Heb je na antibiotica meer buikklachten of voel je je juist beter? Lees wat er met je darmbacteriën gebeurt en wanneer SIBO een rol kan spelen.
Je antibioticakuur is netjes afgerond en de infectie waarvoor je de medicijnen kreeg is verdwenen, maar je buik? Die lijkt ineens een eigen plan te hebben. Misschien heb je meer last van diarree, winderigheid, buikpijn of een opgeblazen gevoel. Dat kan gebeuren na antibiotica.
Maar soms gebeurt juist iets opvallends.
Je had al maanden buikklachten en tijdens de antibioticakuur merk je ineens: hé, mijn buik is rustiger. Minder opgeblazen. Minder buikpijn. Misschien zelfs een betere stoelgang. Om vervolgens een tijdje later te merken dat de klachten weer terugkomen. Dat betekent niet meteen dat er iets specifieks aan de hand is. Maar het kan wel nuttige informatie zijn. Zeker omdat antibiotica veel invloed hebben op de bacteriën in je darmen.
Antibiotica worden gebruikt om bacteriële infecties te behandelen. Ze doden bacteriën of remmen hun groei. Heel handig als er een ziekteverwekkende bacterie moet worden aangepakt.
Alleen maken antibiotica niet altijd netjes onderscheid tussen bacteriën die klachten veroorzaken en bacteriën die normaal in je darmen leven. Daardoor kan tijdens een antibioticakuur de samenstelling van je darmbacteriën veranderen. Bij de meeste mensen herstelt dat na verloop van tijd grotendeels weer, maar dat gaat niet bij iedereen even snel.
En dat kun je merken. Diarree is bijvoorbeeld een bekende bijwerking van antibiotica. Maar ook een rommelende buik, meer gasvorming of een veranderde stoelgang kunnen voorkomen.
Heb je na een antibioticakuur tijdelijk meer buikklachten? Dan betekent dat dus niet automatisch dat je ineens allerlei voedingsmiddelen niet meer verdraagt. Ga daarom niet meteen enthousiast gluten, lactose, fruit én koffie schrappen omdat je buik een paar weken protesteert.
Je darmen kunnen simpelweg tijd nodig hebben om weer tot rust te komen.
Je hoort vaak het advies: "Antibiotica gehad? Neem probiotica om je darmflora weer op te bouwen."
Maar zo simpel ligt het niet altijd. Onderzoek laat zien dat bepaalde probiotica bij sommige mensen de kans op diarree door antibiotica kunnen verkleinen. Maar het effect hangt onder andere af van welke bacteriestammen worden gebruikt.
Het ene probioticum is dus het andere niet. Daarnaast is nog niet goed duidelijk of probiotica ervoor zorgen dat je oorspronkelijke darmmicrobioom na een antibioticakuur sneller herstelt. Je darmmicrobioom is zo persoonlijk als een vingerafdruk.
Daarom worden probiotica niet standaard aan iedereen geadviseerd. Wil je wel jouw darmen een betere kans geven tijdens of na een antibioticakuur? Bespreek dan met je arts, apotheker of diëtist welk product bij jouw situatie past. Zit er slechts één bacteriestam in een probiotica, dan zet je eigenlijk je geld in op één paard. Kies liever een variant met verschillende bacteriestammen. Maar weet: meer is niet automatisch beter of een garantie.
In de meeste gevallen kan je lichaam zelf behoorlijk goed herstellen. Al heeft het soms wat tijd nodig. Probeer zodra het lukt weer normaal en gevarieerd te eten. Vezels uit bijvoorbeeld groenten, fruit, volkoren graanproducten, peulvruchten, noten en zaden zijn onderdeel van gezonde voeding en worden door verschillende darmbacteriën gebruikt.
Heb je veel last van je buik? Dan kan het tijdelijk prettiger zijn om kleinere maaltijden te eten en rustig weer uit te breiden. Let ook even op met kruiden of pittig eten. Gevoelige darmen zijn daar niet dol op. Bij diarree is voldoende drinken extra belangrijk.
En misschien wel de belangrijkste tip: niet zomaar voedingsmiddelen schrappen. Houden je klachten langere tijd aan? Dan is het slimmer om te onderzoeken waar ze vandaan komen.
Dit is het gedeelte dat vaak minder aandacht krijgt. Stel dat je vóór de antibioticakuur al langere tijd last had van:
Tijdens een antibioticakuur merk je ineens dat deze klachten duidelijk verminderen. En een paar weken of maanden later zijn ze weer terug.
Dat betekent niet automatisch dat je de oorzaak hebt gevonden. Maar het is wel interessant om te onthouden en met je huisarts te bespreken. Eén mogelijke verklaring kan namelijk SIBO zijn.
SIBO staat voor Small Intestinal Bacterial Overgrowth. In gewone taal: er zijn te veel bacteriën aanwezig in de dunne darm, of bacteriën zijn daar in een hoeveelheid die klachten veroorzaakt.
Normaal zitten de meeste darmbacteriën in de dikke darm. Bij SIBO kunnen bacteriën die dus in de dunne darm aanwezig zijn, voedingsstoffen gaan fermenteren. Dit is een soort gistingsproces. Daarbij ontstaan onder andere gassen. Dat kan klachten geven zoals een opgeblazen gevoel, veel winderigheid, buikpijn, krampen en veranderingen in de stoelgang.
Het lastige is dat deze klachten ook bij allerlei andere darmaandoeningen voorkomen, waaronder het prikkelbare-darmsyndroom (PDS). Je kunt dus niet aan je klachten alleen zien of je SIBO hebt.
Omdat antibiotica bacteriën doodt werkt dit tegen het overschot. Als er daadwerkelijk sprake is van bacteriële overgroei in de dunne darm, kunnen bepaalde antibiotica de hoeveelheid bacteriën tijdelijk verminderen. Antibiotica worden daarom in sommige situaties ook gebruikt bij de behandeling van SIBO.
Dat zou kunnen verklaren waarom iemand zich tijdens een antibioticakuur tijdelijk beter voelt. Maar let op: Minder buikklachten tijdens antibiotica is géén bewijs dat je SIBO hebt!
Antibiotica veranderen de bacteriesamenstelling in je hele darm. Klachten kunnen daardoor om allerlei redenen veranderen. Zie het dus als een puzzelstukje. Niet als de complete puzzel.
Als een arts SIBO vermoedt, kan onder andere een ademtest worden gebruikt. Daarbij wordt gekeken naar bepaalde gassen die door bacteriën worden gemaakt. Zo'n test is alleen niet perfect. De voorbereiding, het soort test en de snelheid waarmee voedsel door je darmen gaat kunnen invloed hebben op de uitslag.
Daarom hoort een uitslag altijd bekeken te worden samen met je klachten en medische voorgeschiedenis. Zelf concluderen "ik werd beter van antibiotica, dus ik heb SIBO" gaat dus iets te snel.
Niet zomaar. Voeding kan helpen om bepaalde darmklachten te verminderen, maar dat betekent niet automatisch dat je daarmee ook de oorzaak behandelt.
Een streng eliminatiedieet beginnen zonder goede reden kan er juist voor zorgen dat je steeds minder gaat eten en uiteindelijk belangrijke voedingsstoffen mist.
Heb je langdurige buikklachten of vermoed je SIBO? Bespreek dat dan met je huisarts. Een gespecialiseerde diëtist kan vervolgens helpen kijken welke voedingsmiddelen daadwerkelijk invloed hebben op jouw klachten en vooral hoe je voeding zo gevarieerd mogelijk blijft.
We zijn bij buikklachten vaak vooral bezig met de momenten waarop het misgaat. Maar momenten waarop je klachten ineens verdwijnen kunnen minstens zo interessant zijn. Krijg je antibiotica? Let dan eens op:
Dat geeft je later veel meer informatie dan: "Volgens mij ging het toen een tijdje beter."
Buikklachten en diarree na antibiotica gaan meestal vanzelf over. Neem wel contact op met je huisarts als je ernstig ziek wordt, bloed bij je ontlasting ziet, veel buikpijn hebt, tekenen van uitdroging krijgt of wanneer de diarree aanhoudt.
Stop een voorgeschreven antibioticakuur ook niet zelf vanwege darmklachten. Bespreek bijwerkingen met je arts of apotheker.
Allebei kan. Krijg je meer darmklachten? Dan kunnen veranderingen in je darmbacteriën daar een rol bij spelen. Maar merk je juist dat buikklachten die je al langere tijd had tijdens antibiotica ineens verdwijnen? Onthoud dat dan ook.
Het betekent niet automatisch dat je SIBO hebt. Maar als de klachten later terugkomen, is het zeker informatie die je met je huisarts kunt bespreken. Bij buikklachten draait het namelijk niet om zo veel mogelijk voedingsmiddelen schrappen of lukraak supplementen toevoegen.
Het gaat erom dat je probeert te begrijpen waarom jouw buik doet wat hij doet. En soms geeft zelfs een antibioticakuur daar onverwacht een aanwijzing voor.
Heb je al langere tijd last van een opgeblazen buik, buikpijn of een veranderde stoelgang? Of viel het je juist op dat je klachten tijdens een antibioticakuur tijdelijk verdwenen?
Ga dan niet zelf allerlei voedingsmiddelen schrappen. Houd eerst eens bij wat je eet, wanneer je klachten krijgt én wanneer het juist beter gaat. Dat kan verrassend veel duidelijk maken.
Met de Happy Belly Planner kun je je voeding, stoelgang, beweging, klachten en andere factoren overzichtelijk bijhouden. Zo krijg je meer inzicht in patronen en heb je meteen nuttige informatie om met je huisarts of diëtist te bespreken.
Wil je stap voor stap aan de slag met jouw klachten en meer grip op jouw darmgezondheid? Dan is de cursus Darmgezondheid iets voor jou.
categorieën : SIBO