Allergieklachten bij kinderen: wanneer is immunotherapie een optie?

Allergieklachten bij kinderen: wanneer is immunotherapie een optie?

Veel kinderen blijven klachten houden ondanks tabletten, neusspray of oogdruppels. In deze blog lees je over immunotherapie bij luchtwegallergie.

Je kind niest zich suf, slaapt slecht, wordt moe wakker of zit tijdens het pollenseizoen met rode ogen en een verstopte neus op school. Je probeert tabletten, neusspray, oogdruppels, nog een andere neusspray… en toch blijft het tobben. Herkenbaar? Dan ben je zeker niet de enige.

Wij werden nieuwsgierig en verzonden een enquête over luchtwegallergie en immunotherapie. Geen groot wetenschappelijk onderzoek, maar wél een mooi inkijkje in wat ouders en mensen met allergie bezighoudt. De rode draad? Veel mensen hebben klachten, gebruiken al medicatie, maar vragen zich af: is er ook iets dat de oorzaak aanpakt?

Wat viel op in de peiling?

De meeste deelnemers gaven aan last te hebben van hooikoorts of meerdere allergieën tegelijk. Hooikoorts werd het vaakst genoemd, gevolgd door “meerdere allergieën”, zoals pollen, huisstofmijt of andere luchtwegallergieën.

Wat vooral opviel: allergie is voor veel mensen geen klein ongemakje. Het grootste deel van de antwoorden gaf aan dat allergie enigszins, tot veel invloed heeft op het dagelijks leven. Denk aan slechter slapen, vermoeidheid overdag, minder concentratie en minder productief zijn op werk of studie.

Dat past ook bij wat huisartsen in de richtlijn allergische rinitis beschrijven: allergische neusklachten kunnen veel invloed hebben door slechter slapen, belemmering van dagelijkse activiteiten, sport, school of werk.

Met andere woorden: “het is maar hooikoorts” is echt te kort door de bocht. Zeker bij kinderen. Want een kind dat slecht slaapt, leert minder lekker, heeft minder energie en is vaak gewoon niet zichzelf. En nee, dat ligt niet aan “aanstelleritis”. Allergie kan je systeem flink bezighouden.

Veel mensen gebruiken medicatie, maar zijn niet klachtenvrij

In de peiling zagen we dat deelnemers allerlei behandelingen gebruiken: antihistaminetabletten, neussprays met corticosteroïden, oogdruppels of een combinatie daarvan. Toch gaf een groot deel aan dat de behandeling maar gedeeltelijk helpt.

Dat is belangrijk. Want bij luchtwegallergie is stap één meestal: klachten verminderen met medicijnen en prikkels waar mogelijk beperken. Volgens de NHG-richtlijn bestaat de behandeling, afhankelijk van ernst en frequentie, uit een antihistaminicum, corticosteroïdneusspray of een combinatie daarvan. Bij een verstopte neus werkt een corticosteroïdneusspray vaak beter, maar het maximale effect komt meestal pas na 3 tot 4 dagen.

Daar zit meteen een praktische valkuil: veel mensen gebruiken neusspray alleen “als het echt nodig is”. Logisch, want niemand staat te juichen met een spray in de hand. Maar sommige sprays werken juist het beste als je ze consequent gebruikt in de periode waarin je klachten verwacht.

Immunotherapie: wat is dat eigenlijk?

Immunotherapie, ook wel allergeen immunotherapie genoemd, is een behandeling waarbij je lichaam langzaam went aan de stof waar je allergisch voor bent. Bij hooikoorts gaat het bijvoorbeeld om stuifmeel van grassen of bomen. De behandeling kan met prikken of met tabletten die onder de tong smelten.

Het grote verschil met gewone allergiemedicatie is dit:

Antihistaminica, neusspray en oogdruppels onderdrukken vooral de klachten. Immunotherapie probeert de allergische reactie zelf te veranderen.

Dat klinkt aantrekkelijk, en dat is het soms ook. Maar het is geen snelle oplossing. Volgens Thuisarts duurt immunotherapie meestal 3 jaar of langer. De klachten worden vaak pas na ongeveer 1 jaar minder.

Dus nee, het is geen “even een kuurtje en klaar”-verhaal. Eerder: een lange adem, maar met een mooi doel.

Wanneer kan immunotherapie een optie zijn?

Immunotherapie kan een optie zijn als er duidelijke klachten zijn van ogen, neus of longen én andere behandelingen onvoldoende helpen. Je huisarts je dan kan doorsturen naar een arts in het ziekenhuis.

Denk bijvoorbeeld aan een kind dat:

  1. elk pollenseizoen veel klachten heeft;
  2. slecht slaapt door neusklachten;
  3. veel vermoeid is overdag;
  4. ondanks goed gebruik van medicatie klachten houdt;
  5. ook benauwdheid, piepen of astmaklachten heeft;
  6. veel last heeft van huisstofmijtallergie;
  7. steeds meer medicatie nodig lijkt te hebben om de dag door te komen.

Belangrijk: immunotherapie start je niet zomaar “op gevoel”. Eerst moet duidelijk zijn waarvoor je kind allergisch is. Bij pollenallergie kan het klachtenverhaal soms al veel zeggen. Bij minder duidelijke klachten kan bloedonderzoek naar inhalatieallergenen helpen. De NHG-richtlijn geeft aan dat aanvullend onderzoek niet altijd nodig is bij een duidelijk verhaal passend bij gras- of boompollenallergie, maar wel bij rinitis zonder duidelijke oorzaak.

De vragen uit de peiling: heel logisch

De open vragen in de peiling waren eigenlijk precies de vragen die veel ouders hebben:

“Wanneer kom je ervoor in aanmerking?”

Als klachten duidelijk allergisch zijn, voldoende ernstig zijn en gewone behandeling onvoldoende helpt. Dit bespreek je met huisarts, kinderarts, KNO-arts, longarts of allergoloog.

“Hoe lang duurt het voordat je effect merkt?”

Vaak pas na ongeveer een jaar. De totale behandeling duurt meestal 3 jaar of langer.

“Is het veilig?”

Immunotherapie wordt begeleid door een arts. Bij tabletten neem je de eerste tablet onder toezicht van een arts. Gaat dat goed, dan neem je de volgende tabletten meestal thuis. Bij prikken krijg je deze bij de huisarts of in het ziekenhuis; in het begin vaak wekelijks, later maandelijks.

“Verdwijnen kruisreacties met voeding ook?”

Dat kan per persoon verschillen. Bij pollenallergie kunnen sommige mensen jeuk in mond of keel krijgen door bijvoorbeeld appel, hazelnoot of ander fruit. Dit noemen we vaak het orale-allergiesyndroom. De NHG-richtlijn beschrijft dit als jeuk, branderigheid of zwelling in de mond of keel, soms met misselijkheid, braken of rinitis. Bespreek dit altijd met een arts of diëtist als je twijfelt, zeker bij kinderen.

Wanneer is immunotherapie géén goed idee?

Er zijn situaties waarin je beter niet start of extra voorzichtig moet zijn. Thuisarts noemt onder andere zwangerschap, astma die niet goed onder controle is met medicijnen, bepaalde afweerziekten, kanker, ernstige hart- en vaatziekten, gebruik van bètablokkers of eerdere allergische reacties op immunotherapie. Ook kan het simpelweg lastig zijn als je de behandeling niet goed kunt volhouden.

Dat laatste klinkt misschien saai, maar is belangrijk. Immunotherapie vraagt trouw: elke dag een tablet nemen of regelmatig afspraken voor prikken. Een behandeling van 3 jaar vraagt planning, motivatie en een beetje gezinslogistiek. Oftewel: agenda erbij, broodtrommels dicht, en gaan.

Wat kun je nu al doen als je kind veel allergieklachten heeft?

Begin bij de basis. Niet spannend, wel effectief.

1. Breng de klachten in kaart

Noteer wanneer je kind klachten heeft. Is het vooral buiten? In bed? Bij stofzuigen? In het voorjaar? Na contact met dieren? Schrijf ook op welke medicatie je kind gebruikt en of dit helpt.

2. Check of medicatie goed gebruikt wordt

Een neusspray werkt alleen goed als hij goed wordt gebruikt. Spray niet recht tegen het tussenschot, maar iets naar buiten gericht. En bij corticosteroïdneusspray: gebruik het consequent in de afgesproken periode.

3. Bespreek aanhoudende klachten met de huisarts

Zeker als je kind slecht slaapt, benauwd is, piept, vaak moe is of minder goed meekomt op school of sport.

4. Vraag gericht naar immunotherapie

Je hoeft niet te wachten tot iemand er zelf over begint. Neem je vragen mee naar de huisarts of specialist. Bijvoorbeeld: “Past immunotherapie bij de allergie van mijn kind?” en “Is eerst aanvullend onderzoek nodig?”

5. Kijk verder dan alleen medicatie

Bij huisstofmijtallergie kan het helpen om vocht in huis te beperken, beddengoed elke 2 weken op 60 graden te wassen, een gladde vloer in de slaapkamer te hebben en schoon te maken als je kind er niet bij is. Bij pollenallergie helpt het om tijdens het pollenseizoen rekening te houden met weer en buitenactiviteiten.

Conclusie: immunotherapie is geen quick fix, maar wel het gesprek waard

De peiling laat zien dat veel mensen met allergie nog vragen hebben. Niet gek. Want er is veel aanbod, veel medicatie en veel losse informatie. Dan zie je soms door de pollen de bomen niet meer.

Immunotherapie kan bij luchtwegallergie een goede optie zijn, vooral als klachten duidelijk allergisch zijn en gewone behandeling onvoldoende helpt. Maar het vraagt goede diagnostiek, begeleiding en geduld.

Heeft je kind ondanks tabletten, neusspray of oogdruppels nog veel klachten? Dan is dit een goed moment om met je huisarts of specialist te bespreken of immunotherapie passend kan zijn. Niet omdat het móét, maar omdat je wilt weten welke opties er zijn. Want elk kind verdient lucht. Letterlijk én figuurlijk.

Wil je meer weten over immunotherapie? Bekijk dan hier het webinar met Kinderarts - allergoloog Monique Gorissen en Internist-allergoloog/immunoloog Rick Pleijhuis